In Reaforce Beheer is het mogelijk om naar eigen inzicht een organisatiestructuur in te richten. 

Kenmerken van de organisatiestructuur: 

  1. De organisatiestructuur bevat minimaal 1 organisatie-eenheid genaamd: <naam klant>
  2. Gebruikers worden altijd gekoppeld aan een organisatie-eenheid op het laagste niveau
  3. Bewerkingsrechten worden per gebruiker per organisatie-eenheid vastgelegd.

 

 

Voorbeeld van een mogelijke inrichting van de organisatiestructuur

 

 

2.1 Organisatiestructuur

Mutaties in de organisatiestructuur kunnen  worden doorgevoerd door een Reaforce gebruiker met adminrechten ‘Autorisaties’. 

De volgende bewerkingen zijn mogelijk: 

  • toevoegen van een organisatie-eenheid: Ga in de organisatiestructuur op de organisatie-eenheid staan waaraan een organisatie-eenheid moet worden toegevoegd. Activeer het icoon Toevoegen  en vul een naam in op de invoerkaart en bevestig met OK. De organisatie-eenheid is toegevoegd aan de bestaande organisatiestructuur.

Let op!

Bij het toevoegen van de eerste organisatie-eenheid op een lager liggend niveau worden de gebruikers en projecten automatisch verwijderd van het bovenliggende niveau en gekoppeld aan de toegevoegde organisatie-eenheid.

  • verwijderen van een organisatie-eenheid: Ga in de organisatiestructuur op het bovenliggende niveau van de te verwijderen organisatie-eenheid staan. Selecteer aan de rechterkant van het scherm de te verwijderen organisatie-eenheid en activeer vervolgens het icoon . De organisatie-eenheid wordt verwijderd.

Let op! 

Voorwaarden voor het verwijderen van een organisatie-eenheid zijn:

  • De te verwijderen organisatie-eenheid moet op het laagste niveau in de organisatiestructuur liggen.
  • De te verwijderen organisatie-eenheid mag geen projecten bevatten.
  • Voor het wijzigen van de naam van een organisatie-eenheid: Ga in de organisatiestructuur op het bovenliggende niveau van de te muteren organisatie-eenheid staan. Selecteer aan de rechterkant van het scherm de te muteren organisatie-eenheid en activeer vervolgens het icoon  en wijzig de naam op de invoerkaart en bevestig met OK.

 


2.2 Gebruikers

Via deze functionaliteit kunnen gebruikers worden aangemaakt, bewerkt en verwijderd.
 

Iedere gebruiker die met Reaforce wil werken moet geregistreerd zijn in Reaforce Beheer met een gebruikerslicentie alvorens hij of zij het pakket kan gebruiken. 

Uitgangspunt is dat de Windows NT login van een gebruiker gekoppeld wordt aan een te definiëren Reaforce gebruiker. Aan deze Reaforce gebruiker kunnen vervolgens allerlei rechten worden toegekend.

 

Reaforce kent autorisatie op module-niveau. Bij een gebruiker moet expliciet ingesteld worden tot welke vastgoedmodulen deze toegang heeft. Na een toewijzing zal automatisch de teller met beschikbare licenties met één worden verlaagd. Bij het ontnemen van de toegang wordt het aantal beschikbare licenties weer met één verhoogd. Het mag voor zich spreken dat wanneer de tellers op nul staan er geen (nieuwe) gebruikers meer toegang kunnen krijgen tot de vastgoedmodulen. 

Tot slot zijn er autorisaties op rechten. Deze bepalen welke bewerkingen een gebruiker wel of niet mag uitvoeren. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: 

  • Adminrechten: Deze gelden voor de gehele organisatie
  • Rechten per organisatie-eenheid: deze gelden alleen voor de organisatie-eenheden waaraan de gebruiker is gekoppeld. 

 

De dialoog ‘Gebruiker’ bestaat uit een drietal tabbladen, te weten: Algemeen, Licenties en Autorisaties.

 

Het tabblad ‘Algemeen’ bevat de volgende velden:

Login

Windows NT login van de gebruiker (alleen instelbaar bij toevoegen)

Volledige naam

naam van de gebruiker binnen Reaforce

Functie

functie van de gebruiker binnen de organisatie

Taal

Standaard taal van de gebruiker binnen Reaforce. De keuzemogelijkheden zijn gebaseerd op de vastgelegde talen in de bedrijfslicentie (maximaal 4).

Toegang

Default land

Hier kan aangegeven worden of een gebruiker toegang heeft tot Reaforce

Standaard land van de gebruiker binnen Reaforce. De keuzemogelijkheden zijn gebaseerd op de vastgelegde landen in de bedrijfslicentie.     

 

 

Voorbeeld van het tabblad Algemeen

 

Op het tabblad ‘Licenties’ kan afhankelijk van de aangeschafte modules, aangevinkt worden tot welke modulen een gebruiker toegang krijgt.

Voorbeeld van het tabblad Modulen

 

Opmerkingen

  • Om de Reaforce applicatie te kunnen opstarten heeft een gebruiker altijd een gebruikerslicentie nodig. 
  • Wanneer een gebruiker een bestaande variant opent die gemaakt is met een module waarvoor hij op dit moment geen rechten meer heeft, dan krijgt deze gebruiker een melding op het scherm dat er onvoldoende modulerechten zijn.

 

Het tabblad ‘Autorisaties’ bevat de volgende velden:

Adminrechten

geeft aan of de gebruiker adminrechten heeft voor: autorisaties, defaults, Rapportage & Analyse, instellingen, overig en interface. Deze gelden voor de gehele organisatie. 

Rechten per organisatie-eenheid

geeft per organisatie-eenheid aan of de gebruiker rechten heeft voor: keuring, extra toegang, beheerder projecten, koopsommenlijst en Defaults

 

Een actieve gebruikr kan ook de status ‘vervallen’ krijgen. Het is echter niet mogelijk om de huidige gebruiker met adminrechten ‘Autorisaties’ te laten vervallen. 

Het laten vervallen van een gebruiker kan alleen wanneer deze gebruiker geen eigenaar (meer) is van één of meerdere projecten. Bij het laten vervallen van een gebruiker worden automatisch alle kopie varianten verwijderd waarvan de gebruiker eigenaar is (zie ook Beheer – <Organisatie-Eenheid>- Projecten - Lopend). In de submap ‘Vervallen’ in de map ‘Gebruikers’ staan de verwijderde gebruikers, deze kunnen indien gewenst opnieuw geactiveerd worden.