Onder de functionaliteit ‘Instellingen’ kan Reaforce op een aantal specifieke onderdelen worden ingericht. 

 


3.1 Setup

 

3.1.1 Algemeen

Onder de functionaliteit ‘Setup-Algemeen’ kunnen de volgende instellingen voor Reaforce  worden gedaan:

  • Methode financieringsrenteberekening: De beschikbare keuzes zijn:
    • 1 rentevoet gedurende de looptijd van het project
    •  2 verschillende rentevoeten gedurende de looptijd van het project
    •  Keuze uit de twee methoden. Hierbij kan de gebruiker zelf kiezen welke methode toegepast zal worden in het project
  • Periode dat meldingen zichtbaar zijn: Hier kan het aantal dagen worden ingesteld dat meldingen zichtbaar zijn voor de Reaforce-gebruiker als de applicatie wordt opgestart
  • Losse inrichtingskosten gekoppeld aan Losse inrichtingsopbrengsten: Hier kan worden ingesteld of de kosten die zijn opgenomen in de kostengroep Losse inrichtingskosten automatisch opbrengsten moeten genereren op de kostenregel Losse inrichtingsopbrengsten (als onderdeel van de kostengroep Overige opbrengsten). 
  • Grondgebruik tonen: ja/nee
  • Investering onderhoud tonen: ja/nee
  • DAEB/Niet-DAEB tonen: ja/nee
  • Valutateken: Hier kan een vlautateken worden ingesteld (b.v. €, $ of USD). 
  • Controle op uniek projectnummer (projectcontrol): ja/nee. Hier kunt u aangeven of een projectnummer wel/niet uniek moet zijn over alle projectbedrijven heen. 
  • Anonymous logging: ja/nee

In de anonieme weergave worden de namen van de Reaforce-gebruikers niet meer vermeld in de logfile; elke user wordt dan weergegeven als ‘anonymous’.

 

3.1.2 KPI’s

  • Per onderdeel kan worden aangegeven of de bijbehorende Toon <naam> op KPI scherm: informatie wel/niet getoond moet worden bij het openen van het KPI scherm. 

 

3.1.3 Methode van Koopsombepaling

  • Per Methode van Koopsombepaling wordt de beschikbaarheid getoond (actief/niet-actief)

Bij Methode van Koopsombepaling Huur/BAR kan worden aangegeven of de BAR of Kapitalisatiefactor getoond moet worden.

  • Ook kann de instelling voor Soort Verkoop (V.O.N. of K.K.) gewijzigd worden.



3.2 Fiscaal

  • Hier wordt de historie van de Overdrachtsbelasting- en BTW-tarieven voor de landen Nederland, Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en België vastgelegd waarmee, afhankelijk van het gekozen fiscale aankoop- en verkoopscenario, gerekend wordt in Reaforce.. Voor de landen Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en België worden de percentages Overdrachtsbelasting per deelstaat/kanton/departement/gewest vastgelegd.
  • Tevens worden hier de actuele tabellen voor het berekenen van de Vermogenswinstbelasting in Zwitserland vastgelegd. 
  • Fiscale scenario’s: Hier worden voor de landen Nederland, Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en België de fiscale aankoop- en verkoopscenario’s vastgelegd met status actief/niet actief. Fiscale scenario’s met de status ‘actief’ kunnen niet meer verwijderd worden. Alleen de naam kan nog worden bewerkt.

Indien u in Reaforce de beschikking heeft over meerdere talen, dan kunnen de fiscale scenario’s per taal worden vastgelegd (met behulp van het icoon  op de getoonde invoerkaart).

 


3.3 Bouwprojecten, Gebouwontwikkelingontwikkeling of Grondontwikkeling

Onder de mappen Bouwprojecten, Gebouwontwikkeling en Grondontwikkeling kan Reaforce op een aantal specfieke onderdelen nader worden ingericht. 

 

3.3.1 Betalingstermijn

Hier wordt voor Bouwprojecten een Betalingstermijn vastgelegd. 

In de submap ‘Alle cashflowregels behalve uitzonderingen’ wordt een default betalingstermijn  vastgelegd die voor alle cashflowregels geldt. 

In de submap ‘Uitzonderingen’ kan voor 1 of meerdere cashflowregels een afwijkende betalingstermijn worden ingesteld. 

 

3.3.2 Categorisering

Hier is voor Gebouwontwikkelingsprojecten een onderverdeling naar 10 vastgoedsegmenten gemaakt. 

Per vastgoedsegment kan optioneel een specifiekere categorisering worden aangebracht met categorieën/subcategorieën. 

Via het icoon  kan een categorie worden toegevoegd.

 

Via het icoon   kan een categorie met subcategorie worden toegevoegd.

De toegevoegde categorie wordt vervolgens als submap onder het betreffende vastgoedsegment toegevoegd.

Ga vervolgens naar de map met de zojuist toegevoegde categorie.

Via het icoon  kunnen subcategorieën worden toegevoegd.

 

Indien u in Reaforce de beschikking heeft over meerdere talen, dan kunnen categorieën en subcategorieën per taal worden vastgelegd (met behulp van het icoon op de getoonde invoerkaart).

 

3.3.3 BTW-grondslagen

Hier worden voor Gebouwontwikkelings- , Grondontwikkelings- en Bouwprojecten voor de landen Nederland, Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en Belgïe de BTW-grondslagen vastgelegd. 

 

Voor de BTW-grondslagen geldt: 

In de submap ‘Alle kostenregels behalve uitzonderingen’ wordt een default BTW-grondslag vastgelegd die voor alle kostenregels geldt. 

In de submap ‘Uitzonderingen’ kunnen voor 1 of meerdere kostenregels afwijkende BTW-grondslagen worden ingesteld. 

 

3.3.4 Cashflowaandeel

Hier wordt voor Gebouwontwikkelings- en Bouwprojecten een cashflowaandeel vastgelegd. 

In de submap ‘Alle kostenregels/cashflowregels behalve uitzonderingen’ wordt een default cashflowaandeel vastgelegd die voor alle kostenregels/cashflowregels geldt. 

In de submap ‘Uitzonderingen’ kan voor 1 of meerdere kostenregels/cashflowregels een afwijkend Cashflowaandeel worden ingesteld. 

 

3.3.5 Details Actuals, Budgetten en Verplichtingen

Titel veld actuals 01 t/m 10: Per veld kan een omschrijving worden vastgelegd en worden aangegeven of de bijbehorende informatie wel/niet getoond moet worden bij het opvragen van de specificatie van de actuals, budgetten en verplichtingen op de diverse Projectcontrol schermen. (Let wel: Voor het genereren van de bijbehorende informatie moeten deze kolommen gekoppeld zijn met de interface). 

 

3.3.6 Projectkenmerken

Onder de functionaliteit ‘projectkenmerken’ is het mogelijk een aantal bedrijfsspecifieke projectkenmerken te definiëren die de projecteigenaar kan invullen bij of na het aanmaken van een nieuw project in Reaforce. Per kenmerk kan aangegeven worden of het kenmerk wel/niet actief en/of beschikbaar is en of het een verplicht kenmerk is bij publicatie. Ook kan er aangegeven worden of het kenmerk bij publicatie op het voorblad van een rapport moet worden weergegeven.

Indien u in Reaforce de beschikking heeft over meerdere talen, dan kunnen projectkenmerken per taal worden vastgelegd (met behulp van het icoon op de getoonde invoerkaart).

  

Opmerkingen

Let op: als er één of meerdere projectkenmerken verplicht worden gesteld bij publicatie, zal de projecteigenaar deze in Reaforce altijd in moeten vullen vóór het mogelijk is een project te publiceren. 

 

3.3.7 Typekenmerken

Hier kunnen voor gebouwontwikkelingsprojecten een aantal bedrijfsspecifieke typekenmerken worden gedefinieerd.

De functionaliteit ‘Typekenmerken’ is vergelijkbaar met de functionaliteit ‘Projectkenmerken’, maar werkt op typeniveau. 

 

3.3.8 Kenmerken grondaankopen

Voor grondprojecten is het mogelijk om een aantal bedrijfsspecifieke kenmerken van de grondaankopen te definiëren die de projecteigenaar kan invullen bij het toevoegen van een grondaankoop. 

Per kenmerk kan aangegeven worden of het kenmerk wel/niet actief en/of beschikbaar is en of het een verplicht kenmerk is bij publicatie.

Indien u in Reaforce de beschikking heeft over meerdere talen, dan deze kenmerken per taal worden vastgelegd (met behulp van het icoon op de getoonde invoerkaart).

 

3.3.9 Publicaties 

Onder de functionaliteit ‘Publicaties’ kunnen bedrijfseigen publicatietypen voor de publicatiesoort ‘Periodeverslag’ worden ingegeven. Afhankelijk van de afspraken binnen de organisatie kunnen dit bijvoorbeeld verplichte kwartaalrapportages of maandrapportages zijn. Om te voorkomen dat rapportages te vroeg beschikbaar komen voor publicatie, dient er per publicatietype een start- en einddatum te worden ingegeven.

Indien u in Reaforce de beschikking heeft over meerdere talen, dan kunnen pubicatietypen per taal worden vastgelegd (met behulp van het icoon op de getoonde invoerkaart).

 

Opmerkingen

Dit betekent dat de Reaforce gebruiker bij het publiceren van een periodeverslag zelf een keuze kan maken uit alle op dat moment beschikbare publicatietypenDit zijn alle publicatietypen waarvoor geldt dat:

  • de publicatiedatum ligt tussen de start- en einddatum van het publicatietype)
  • het publicatietype de status actief heeft

Dit betekent ook dat de Reaforce gebruiker de mogelijkheid heeft om meerdere keren eenzelfde Periodeverslag te maken, mits de publicatiedatum tussen start- en einddatum van het publicatietype ligt en de status ‘actief’ is. 


De dialoog ‘Publicatietypen’ bestaat uit één tabblad, te weten: Algemeen.

 

Het tabblad ‘Algemeen’ bevat de volgende velden: 

Naam

naam / titel van het type (alleen instelbaar bij toevoegen)

Soort

verwijzing naar publicatiesoort (= altijd Periodeverslag)

Omschrijving

additionele omschrijving (voorlopig alleen voor applicatiebeheer)

Startdatum

 

Einddatum

datum vanaf wanneer dit type zichtbaar wordt voor de gebruikers, indien status is actief

datum tot wanneer dit type zichtbaar wordt voor de gebruikers, indien status is actief

Status

Aktief of Niet actief

 

Opmerkingen

  • Publicatietypen kunnen alleen verwijderd worden wanneer deze nog niet zijn gebruikt.

 

3.3.10 Sjablonen

Opstaltermijnen

Hier kunnen sjablonen worden gedefinieerd die in Reaforce Gebouwontwikkeling gebruikt kunnen worden om voor koopwoningen en koopparkeerplaatsen (dit zijn woningen respectievelijk parkeerplaatsen met Methode van Waardebepaling ‘Koopsom’) een gespecificeerd termijnschema vast te leggen inzake het factureren van de opstaltermijnen aan de particuliere kopers. 

Stiko-deelneming

Hier kunnen sjablonen worden gedefinieerd die in Reaforce Gebouwontwikkeling gebruikt kunnen worden om op Functieniveau de Stiko-deelneming vast te leggen.

 

3.3.11 Kostencodering 

Hier kan een bedrijfseigen (administratieve) codering aan de kostenregels worden toegevoegd. 

Indien een bedrijfseigen (administratieve) codering is vastgelegd, dan kan de Reaforce gebruiker vervolgens via het Tandwiel – Gebruikersinstellingen aangeven of deze codering wel/niet getoond moet worden op diverse schermen in Reaforce.

 

3.3.12 Cashflowcorrecties Projectcontrol

Voor gebouwontwikkelingsprojecten kan hier voor alle cashflowregels een default methode worden vastgelegd voor het corrigeren van de restant (Bewakings)cashflow. 

 

In de submap ‘Alle cashflowregels behalve uitzonderingen’ wordt een default methode vastgelegd die voor alle cashflowregels geldt. 

In de submap ‘Uitzonderingen’ kan voor 1 of meerdere cashflowregels een afwijkende methode  worden ingesteld.