Bij het aanmaken van een nieuw project in Reaforce wordt gebruikt gemaakt van het zgn. ‘first estimate’ mechanisme. De idee hierachter is dat de gebruiker een minimaal aantal parameters invult om zo snel mogelijk een eerste indruk te krijgen van de haalbaarheid van een project. 

De resterende parameters worden vervolgens automatisch gevuld op basis van defaults. 

Initieel zal er door Reasult BV 1 defaultset (genaamd Basis) zijn gevuld. 

 

Aangezien er in de praktijk vele verschillende soorten projecten bestaan (b.v. een binnenstedelijke  herontwikkeling versus een nieuwbouwontwikkeling op een uitbreidingslocatie) is het mogelijk in applicatiebeheer meerdere defaultsets vast te leggen voor Gebouwontwikkelings- en Bouwprojecten, zodat bij het aanmaken van een project, functie of type een defaultset kan worden gekozen die in de first estimate het meest reële beeld oplevert. Defaults kunnen later worden gewijzigd, zodat de beschikbare defaultsets altijd actueel zijn voor uw organisatie.

 

Nadat een default is gewijzigd kan ervoor gekozen worden om automatisch een melding te genereren om de gebruiker te informeren. Wanneer dit gebeurt kan de beheerder de gegenereerde melding via de in het hoofdstuk Overig - Meldingen beschreven functionaliteit eventueel aanpassen.

 


4.1 Overzicht Defaultsets

Hier worden alle beschikbare defaultsets getoond. Meerdere defaultsets zijn alleen van toepassing in de modules Gebouwontwikkeling en Bouwprojecten. 

Gebruikers met Admin rechten Defaults kunnen in deze mappen de defaultsets beheren.  

De defaultsets zijn standaard voor alle Organisatie-eenheden beschikbaar. 

 

Koppelen en ontkoppelen van een defaultset:

Een defaultset die in alle Organisatie-eenheden beschikbaar is, kan worden gekoppeld aan 1 specifieke Organisatie-eenheid. Klik daarvoor met de rechter muisknop op een bestaande defaultset en selecteer in het menu de actie ‘koppelen’ en selecteer de juiste Organisatie-eenheid. 

De defaultset wordt dan vervolgens automatisch toegevoegd in de map 

Beheer van de betreffende Organisatie-eenheid. Gebruikers die het recht ‘Defaults’ voor de betreffende Organisatie-eenheid hebben, kunnen vervolgens de defaultset beheren (zie hiervoor hoofdstuk 5 in dit document). 

 

Een defaultset die gekoppeld is aan een Organisatie-eenheid, kan ook weer worden ontkoppeld van deze Organisatie-eenheid waarna deze weer voor alle Organisatie-eenheden beschikbaar is.  Klik daarvoor met de rechter muisknop op een bestaande defaultset en selecteer in het menu de actie ‘ontkoppelen’.

De defaultset wordt dan automatisch verwijderd uit de map Beheer van de betreffende Organisatie-eenheid. 

 

Aanmaken nieuwe defaultset:

Een nieuwe defaultset kan worden aangemaakt door een bestaande defaultset te kopiëren en te bewerken. Klik met de rechter muisknop op een bestaande defaultset en selecteer in het menu dat verschijnt  de functie ‘kopieer defaultset’. Er verschijnt een invoerkaart waarin de naam van de nieuwe defaultset ingegeven kan worden. 

 

Acties die op nieuwe en bestaande defaultsets kunnen worden uitgevoerd zijn:

  • Kopiëren, status wordt niet beschikbaar, Set is Actief
  • Naam wijzigen, alleen als de status niet beschikbaar is
  • Defaultset Beschikbaar maken, er zijn geen mutaties meer mogelijk op de naam van de defaultset.
  • Activeren/deactiveren. Indien een defaultset niet meer gebruikt mag worden, dient deze te worden gedeactiveerd. Verwijderen is niet mogelijk, om daar waar de defaultset gebruikt is, de set nog moet kunnen worden vergeleken met de daadwerkelijke waarden. Een gedeactiveerde defaultset mag niet worden gekozen bij het aanmaken van een project, functie of type. Een niet actieve defaultset verschijnt niet in Reaforce applicatiebeheer om defaults te kunnen wijzigen.

 

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de acties die uitgevoerd kunnen worden indien een defaultset wel/niet actief is en wel/niet beschikbaar is.

 

Beschikbaar

Niet Beschikbaar

Actief

Status wijzigingen:

  • Deactiveren defaultset

Kenmerken:

  • Naam defaultset mag niet wijzigen
  • Defaultset is zichtbaar bij de lijst van defaultsets
  • Defaultset is zichtbaar bij defaults
  • Defaults kunnen bewerkt worden
  • Defaultset kan gekozen worden in Reaforce

 

Bij het kopiëren van een defaultset is dit de toestand waarin de defaultset zich bevindt. 

Status wijzigingen:

  • Beschikbaar maken defaultset.
  • Deactiveren defaultset

Kenmerken:

  • Naam defaultset mag wijzigen
  • Defaultset is zichtbaar in de lijst van defaultsets
  • Defaultset is zichtbaar bij defaults
  • Defaults kunnen bewerkt worden
  • Defaultset kan niet gekozen worden in Reaforce
  • Defaultset kan verwijderd worden

Niet Actief

Mogelijke acties:

  • Activeren Defaultset

Kenmerken:

  • Naam defaultset mag niet wijzigen
  • Defaultset is zichtbaar bij de lijst van defaultsets
  • Defaultset is niet zichtbaar bij defaults
  • Defaults kunnen niet bewerkt worden
  • Defaultset kan niet gekozen worden in Reaforce

Status wijzigingen:

  • Beschikbaar maken
  • Activeren Defaultset

Kenmerken:

  • Naam defaultset mag wijzigen
  • Defaultset is zichtbaar in de lijst van defaultsets
  • Defaultset is niet zichtbaar bij defaults
  • Defaults kunnen niet bewerkt worden
  • Defaultset kan niet gekozen worden in Reaforce
  • Defaultset kan verwijderd worden

Defaults worden gesplitst naar:

  • Gebouwontwikkeling 
  • GREX (Grondontwikkeling)
  • Globale opstal (als onderdeel binnen de module Grondontwikkeling)
  • Bouwprojecten



4.2 Gebouwontwikkeling

Hier worden de defaults beheerd die voor alle Organisatie-eenheden beschikbaar zijn. Deze defaults kunnen verder worden onderverdeeld in:

  • Variantniveau
  • Opbrengstwaarde (indien module geactiveerd in Reaforce)
  • Wonen
  • Parkeren
  • Bedrijfshuisvesting
  • Leisure/Utilitair

 

4.2.1 Variantniveau

Dit zijn algemene defaults die binnen de totale module gebouwontwikkeling een rol spelen. 

Deze defaults zijn onder te verdelen naar: 

  • Termijnschema’s: Hier wordt per kostengroep resp. kostenregel het default termijnschema vastgelegd. 

Indien het flexibele termijnschema van toepassing is dan worden een aantal zaken vastgelegd, namelijk: 

  • default planningsmethode;
  • hoeveel % van het totaalbedrag in elke periode moet worden verdeeld. Percentages moeten groter of gelijk aan 0% en kleiner of gelijk aan 100% zijn en het totaal van alle perioden gezamenlijk moet gelijk aan 100% zijn; 
  • Een verdelingsmethode per periode (b.v.: Lineair, conform S-curve).
  •  (Default) procesplanning: deze procesplanning kan als planningsmethode gebruikt worden in de flexibele termijnschema’s. Initieel zorgt Reasult ervoor dat de basis defaultset wordt voorzien van een default procesplanning waarbij geldt dat alle publicatietypen een default datum tussen Datum Start Ontwikkeling en Datum Start Aanbesteding krijgen. Deze datum wordt bepaald op basis van een percentage als maatstaf voor de progressie. 

Let op!

Aangezien deze door Reasult ingestelde default procesplanning niet altijd juist zal zijn, is het belangrijk dat u de door Reasult gedefinieerde default procesplanning wijzigt in een bedrijfseigen default procesplanning.

  • Financieringsscenario (Eigen Vermogen/Vreemd Vermogen): Indien u een bedrijfslicentie voor de module Financiering heeft, dan kan hier per defaultset een financieringsscenario op PV-niveau worden vastgelegd met 1 of meerdere cashflowgroepen. Een cashflowgroep bestaat uit minimaal 1 kosten- of opbrengstenregel/groep. 

Per cashflowgroep per periode wordt vastgelegd: 

  • De verhouding Eigen Vermogen (EV) en Vreemd Vermogen (VV) in %
  • Rente% EV en Rente% VV, zowel bij een positieve als negatieve cumulatieve bruto cashflow
  • Een eventueel maximum per cashflowgroep aan EV (in bedragen) dan wel VV (in bedragen). 
  • Aflossingschema VV

Mogelijkheden zijn: Datum eind bouw of Datum eind project

  • Overig: Hier kan een default voor de Referentiewaarde en de Residuele waarde worden vastgelegd. 

 

4.2.2 Opbrengstwaarde (indien module geactiveerd in Reaforce)

In de defaults van de opbrengstwaardemodule wordt onderscheid gemaakt in defaults die te wijzigen zijn op Variantniveau en Typeniveau. 


4.2.3 Wonen, Parkeren, BHV, Leisure en Utilitair (functie en type)

Voor elke functie liggen de defaults vast op twee subniveau’s, namelijk functie en type. Op functieniveau liggen defaults vast die algemeen zijn voor een functie. Op typeniveau liggen defaults vast die specifiek zijn voor de typen. 

Voor iedere veranderde waarde wordt een melding aangemaakt, wanneer de optie ‘Automatisch melding aanmaken’ staat aangevinkt. 

 


4.3 GREX

De defaults voor GREX liggen vast voor:

  • Financieringsrente
  • Indexeringen
  • Overig

 

4.3.1 Financieringsrente

De financieringsrente wordt berekend op basis van:

  • Financieringsrente bij positief saldo
  • Financieringsrente bij negatief saldo 

   

4.3.2 Indexeringen

Per jaar kan er zowel voor kosten als opbrengsten een indexpercentage worden vastgelegd. 

 

4.3.3 Overig

Hier worden vastgelegd: 

  • de discontovoet ten behoeve van het berekenen van de NCW 
  • het % niet terug te vorderen BTW

 


4.4 Globale opstal

De defaults voor Globale opstal liggen vast voor:

  • Financieringsrente
  • Indexeringen
  • Vastgoedcatalogus

 

4.4.1 Financieringsrente

De financieringsrente wordt berekend op basis de vastgelegde rentevoet.  

 

4.4.2 Indexeringen

Per jaar kan een indexpercentage worden vastgelegd voor:

  • Grondkosten
  • Bouwkosten
  • Bijkomende kosten
  • Ontwikkelingskosten (AK)
  • Verkoopwaarde
  • Ontwikkelingswinst

 

4.4.3 Vastgoedcatalogus

Om in de Globale opstal een bouwprogramma te definiëren kunnen er voor wonen, parkeren en bedrijfshuisvesting 1 of meerdere vastgoedtypen worden vastgelegd. 

Per vastgoedtype worden defaults vastgelegd voor: 

  • Bouwprogramma
  • Planning
  • Betalingsschema’s
  • Investeringskosten en opbrengsten en bijbehorende indexeringsperiode. 

Voor de indexeringsperiode geldt: 

  1. Van peildatum tot start bouw
  2. Van peildatum t/m medio bouw
  3. Van peildatum t/m eind bouw

 

4.5 Bouwprojecten

De defaults voor Bouwprojecten liggen vast voor:

  • Termijnschema’s op cashflowniveau